MOPPEN - 1

Er komt een man bij de dokter en die zegt: "Dokter, ik wil me graag laten castreren." "Castreren?" vraagt de dokter: "Weet u dat wel zeker?" "Ja," zegt de man, "een goede vriend van mij heeft dat ook laten doen. En hij heeft een enorm succes bij de meiden." "Maar toch," zegt de dokter: "Castreren is een zware ingreep." "En toch wil ik het," zegt de man. Dus de dokter castreert de man: hup, z'n hele zakie eraf. Een week later komt die man zijn vriend tegen. "En?" vraagt die vriend, "heb je je nog laten tatoueren?" Zegt die vent: "Ach, jij ook altijd met je moeilijke woorden!"

Er loopt een troepje dwergen door het bos. Ze zijn heel blij. Ze huppelen en dansen en zingen: "We hebben t˘verkracht, we hebben t˘verkracht...!" Dan komt er een elfje langsvliegen. Ze ziet al die blije dwergen. Maar ze ziet ook een dwergje lopen dat helemaal niet blij is. Ze gaat naar het dwergje toe en vraagt: "Wat is er met jou?" Zegt het dwergje: "Mijn naam is To." "We hebben To verkracht, we hebben To verkracht...!"

Twee jongens uit dezelfde straat moeten gekeurd worden voor militaire dienst. Dus gaan ze samen in een auto er naartoe. "Wedden dat ik afgekeurd word?" zegt de ene jongen. "O ja," zegt de ander, "hoe flik je dat dan?" "Zul je wel zien." Even later zitten de jongens in hun onderbroek te wachten op de dokter. De eerste jongen wordt naar binnen geroepen. Snel steekt hij een briefje van honderd gulden in zijn achterwerk. De dokter zegt even later tegen de jongen: "Ik zie wel een infanteristje in jou. Maar eerst kijken we nog even naar je achterste." De dokter kijkt van achteren en zegt: "Afgekeurd, je hebt aambeien." De jongen komt weer naar buiten lopen. "En?" vraagt zijn vriend. "Afgekeurd. Aambeien," zegt de ander. Da's dus een goeie truc, denkt die vriend. Maar honderd gulden is wel een hoop geld. Dus hij steekt een tientje in zijn kont. Even later zegt de dokter tegen hem: "Ik zie wel een infanteristje in jou. Maar eerst moet ik nog even naar je achterste kijken." De dokter kijkt en roept: "Goedgekeurd." "Hoe kan dat nou?" roept de jongen: "Mijn buurman heb je net afgekeurd voor aambeien!" "Ja," zegt de dokter, "maar hij had het wel tien keer erger dan jij."

Op het ministerie van Buitenlandse Zaken vraagt een journalist aan minister Van Mierlo: "Hoeveel ambtenaren werken hier nu eigenlijk?" Zegt Van Mierlo: "Iets meer dan de helft."

Een jongen en een meisje van het platteland liggen naast elkaar langs de dijk. Klimt er opeens een stier bovenop een koe. Zegt die jongen tegen dat meisje: "Zal ik dat ook eens doen?" Zegt het meisje: "Wat kan mij het schelen? Het zijn mijn koeien niet."

Een man belt op naar Joop van den Ende voor het programma `Wedden dat'. Hij zegt: "Ik heb een wereld-idee voor dat programma. Als je nou een stel blote meiden opstelt en mij blinddoekt, dan kan ik door te voelen en te ruiken zeggen hoe ze heten en waar ze wonen." "Dat lijkt me een uitstekende weddenschap," zegt Joop van den Ende, "ik regel dat." De man komt bij `Wedden dat' van Jos Brink. Zes blote meiden staan op het podium. De man wordt met een blinddoek op het podium gebracht. De man voelt aan het eerste meisje, haalt zijn vinger door haar gleuf en ruikt eraan: "Dit is Tineke Jansen uit Heemskerk," zegt de man. "Helaas," zegt Jos Brink, "dat is niet goed." De man voelt aan het tweede meisje, haalt zijn vinger door haar gleuf en ruikt eraan: "Dit is Anneke Smit uit Enschede." "Helaas," zegt Jos Brink, "dat is fout." Dan voelt de man aan het derde meisje, haalt zijn vinger door haar gleuf en ruikt eraan: "Dit is Janneke de Groot uit Amsterdam." "Ja jongens, stop maar," roept Jos Brink, "meneer, het spijt me, maar het is allemaal niet goed." "Nee," zegt de man, "maar ik heb wel een fantastische avond!"

Twee Belgen, Sjefke en Oebele, zitten samen in de auto. "Oebele," zegt Sjefke op een gegeven moment; "Zoude gij ook even kunnen kijken of mijn knipperlicht het wel doet?" Oebele draait het raampje open, gaat naar buiten hangen en roept: "Ja, nee, ja, nee, ja, nee..."

Sam komt Moos tegen. Zegt Sam tegen Moos: "He Moos, wat zie jij er slecht uit." Zegt Moos: "Ja vind je het gek. Werk in de haven, sjouwen, om vijf uur beginnen, om drie uur weer thuis..." Vraagt Sam: "Goh Moos, hoe lang doe je dat al?" Zegt Moos: "Ik moet maandag beginnen."

Er zit een man in een restaurant en hij bestelt escargots. "Wilt u Franse of illegale?" vraagt de ober. "Franse of illegale?" vraagt de klant, "wat is het verschil?" Zegt de ober: "In de Franse zit er 1 slak in een huisje, in de illegale zitten d'r tien."

Er komt een man een cafe binnen en bestelt twintig biertjes. De barkeeper tapt twintig pilsjes voor die man, en hij slaat ze achter elkaar achterover. "Geef me nog maar eens tien pils," zegt de man, en ook deze slaat hij achter mekaar achterover. Daarna bestelt hij nog eens vijf bier, en ook die slaat hij in een keer achterover. Dan stoot de man het vrouwtje dat naast hem zit aan, en zegt: "Ik begrijp het niet. Hoe minder dat ik drink, hoe zatter dat ik word."

Een direkteur loopt met koningin Beatrix door zijn bedrijf. Zegt de koningin ineens tegen een van zijn werknemers: "Hee hallo Sjefke, hoe is het met jou?" De volgende dag loopt de direkteur met de Britse premier John Major door zijn bedrijf. Zegt John Major tegen dezelfde medewerker: "Hello Sjefke, how are you?" De volgende dag gaat de direkteur naar Sjefke toe en vraagt: "Hoe kan dat nou dat jij zulke beroemde mensen kent? En dat Beatrix en Major jou zomaar begroeten?" "Tja," zegt Sjefke, "ik zal het u nog sterker vertellen. De paus in Rome ken ik ook persoonlijk." "Dat geloof ik niet," zegt de direkteur: "Wij vliegen morgen naar Rome, dan wil ik dat wel eens zien." Sjefke en de direkteur komen bij het Vaticaan. Op het Sint Pietersplein zegt Sjefke tegen de direkteur: "Straks verschijnt de paus op het balkon. Als u nu hier even wacht, dan ga ik naar hem toe, dan ziet u mij straks ook op dat balkon staan." Sjefke loopt weg en verschijnt even later samen met de paus op het balkon. Als Sjefke weer terugkomt, ziet zijn direkteur lijkbleek. "Wat is er?" vraagt Sjefke: "Heb je me niet gezien?" "Jawel," zegt de direkteur, "maar wat ik nou meemaak: ik sta hier te wachten naast twee Japanners. Ze kijken naar het balkon. Vraagt die ene Japanner ineens aan die andere: `Wie is die vent in die witte jurk die naast Sjefke staat?'"

Een collectant belt aan en een man doet open. "Dag meneer," zegt de collectant, "heeft u nog wat over voor de fanfare?" "Sigaren?" vraagt de man, "ik hoef geen sigaren." "Nee," zegt de collectant, "de fanfare, heeft u nog wat over voor de fanfare?" "Wat nou sigaren? Ik hoef geen sigaren." "U verstaat mij verkeerd," zegt de collectant, "ik heb het over de fanfare. Of u nog wat wil geven voor de fanfare." "Wat zeur je nou toch over sigaren? Ik zeg toch: ik mot helemaal geen sigaren." Zegt de collectant: "Ach vent, stik met je sigaren." Zegt de man: "Ja, en jij met je fanfare!"

Een pastoor, een dominee en een rabbijn hebben een discussie: wat is een goede methode om uit te maken hoeveel van de kerkinkomsten aan God gewijd moeten worden? De pastoor zegt: "Ik weet een goede manier: we trekken een cirkel op de grond en proberen al het muntgeld er van een afstandje in te gooien. Wat buiten de cirkel valt, is voor God." "Ik weet wat beters," zegt de dominee: "We trekken een streep op de grond bij de muur en daar gooien we het geld naar toe. Alles wat tussen de streep en de muur blijft liggen, is voor God." "Dan weet ik nog wat beters," zegt de rabbijn: "We gooien al het geld in de lucht. En wat God vangt, dat mag 'ie houden."

Ik loop laatst langs het kanaal, zie ik een man met zijn hand water uit het kanaal slurpen. Dus ik roep: "Stop, dat moet je niet doen: dat water is hartstikke smerig!" Zegt de man: "Was sagen Sie?" Zeg ik: "Sie mussen mit zwei Handen trinken."

Een vrouw vraagt aan een man om een hand in haar kut te stoppen. Hij doet dat. Ze vraagt hem ook z'n andere hand in haar kut te stoppen. Dat doet hij ook. Daarna vraagt ze hem in zijn handen te klappen, maar dat lukt niet. Zegt ze: "Lekker klein kutje heb ik, he?"

Een man komt heel enthousiast thuis: "Mien, pak je koffers, pak je koffers!" "Wat is er dan?" vraagt zijn vrouw. "Ik heb een miljoen gewonnen in de Staatsloterij," roept de man. "O, wat geweldig," zegt de vrouw: "Wat moet ik pakken: zomer- of winterkleren?" "Maakt niet uit," zegt de man, "als je maar oprot!"

Er komt een Belg bij de Canadese grens. Hij zegt tegen de douane-beambte: "Ik wil graag emigreren." De douane-beambte zegt: "Daar moet je wel werk voor hebben." "Dat heb ik," zegt de Belg, "ik ben houthakker." "Zo," zegt de douanier, "en waar ben jij dan houthakker geweest?" "In de Sahara," zegt de Belg. "In de Sahara?" zegt de douanier, "maar daar staan toch helemaal geen bomen?" "Nee," zegt de Belg, "nu niet meer!"

Een Duitser, een Belg en een Nederlander gaan parachute- springen. De Duitser springt als eerste; hij trekt aan het koord en zijn parachute springt open. Als tweede springt de Belg; ook hij trekt aan het koord en zijn parachute gaat open. Dan springt de Nederlander. Hij trekt aan zijn parachute: gaat niet open. Hij trekt aan de reserve-parachute: gaat niet open. Met een noodgang komt de Nederlander de Belg voorbijzetten. De Belg gooit zijn parachute af en roept: "Wat?! Gaan we wedstrijdje doen?!"

Een Engelse lord woont in een prachtig buitenhuis met alles erop en eraan. In het weekend gaat hij vaak naar de club in Londen. Dan gaat 'ie daar eten, drinkt een stuk in z'n kraag en blijft daar slapen. Na zo'n avond drinken op de club, belt hij de volgende ochtend met een kater vanuit Londen naar huis. De butler neemt de telefoon op. "Hello James, hier mylord, zeg even tegen mylady dat ik nog op de club ben en dat ik over een half uurtje weer thuis kom. Ik blijf aan het toestel." Even later komt James terug en zegt: "Ik loop de kamer van mylady binnen, betrap ik haar in bed met de tuinman." "Verdomd James," zegt de lord, "loop naar de wijnkelder, pak m'n dubbelloops en knal die twee hartstikke dood. Ik blijf aan het toestel." Even later hoort de lord twee doffe knallen, en James komt weer aan de telefoon: "Ik heb ze doodgeschoten, mylord. Wat moet ik met de lijken doen?" "Flikker ze maar in het zwembad, James." "Maar mylord," zegt James, "we hebben helemaal geen zwembad." Zegt de lord: "O sorry, verkeerd verbonden."

Twee Belgen zitten in een bootje te vissen, midden op de Vinkeveense Plassen. Ze vangen heel veel vis. "Alee," zegt de ene Belg: "dit is een goed plekske. Dit zouden we moeten markeren." "Da's 'ne goei idee", zegt de andere Belg en hij zet een groot kruis achter op de boot. Dan varen ze terug naar de kant. Zegt de ene Belg ineens: "Niet zo slim hoor, van dat kruis: wie zegt nou dat we volgende week dezelfde boot weer hebben!"

Een Fransman, een Duitser en een Belg zijn ter dood veroordeeld. Ze krijgen de keus tussen de guillotine, het vuurpeloton en een AIDS-prik. De Fransman kiest voor de guillotine. Het mes valt, en zijn hoofd rolt in het mandje. De Duitser kiest voor het vuurpeloton. Schoten klinken, en dood is de Duitser. De Belg zegt: "Doe mij maar die AIDS-prik." De dokter komt bij hem met de injectienaald. Bij het inspuiten begint de Belg ineens vreselijk te lachen. "Wat lach je nou?" vraagt de dokter. Zegt de Belg: "Ik heb toch een condoom om."

Komt een man een cafe binnen en zegt: "Geef mij een pilsje, voordat het gedonder begint." Even later zegt hij weer: "Geef me nog een pilsje, voordat het gedonder begint." Nog even later weer: "Geef me nog een pilsje, voordat het gedonder begint." Nu zegt de barman: "Wil je eerst even afrekenen voordat je doordrinkt?" "Zie je wel," zegt de man, "daar begint het gedonder al."

Bij de wedstrijd Ajax-Feyenoord zit er in het Ajax-vak een man met een poedeltje. Het poedeltje is helemaal gekleed in Ajax- tenue: Ajax-petje, Ajax-sjaaltje, Ajax-shirtje... "Goh," zegt een man naast hun, "waarom heeft die poedel al die spullen aan?" "O," zegt de man, "hij is helemaal blind van Ajax. Als ze een doelpunt maken, dan blaft 'ie en dan klapt 'ie in z'n pootjes." In de eerste helft maakt Ajax 1-0. Het hondje blaft en klapt in zijn pootjes: "Woef, klap." Vlak voor rust komt Ajax op 2-0. Het hondje blaft en klapt in zijn pootjes: "Woef, woef, klap, klap." "Wat knap is dat," zegt de man naast hun in de rust, "maar vertelt u me nou eens: wat doet dat hondje nou als Feyenoord een doelpunt maakt?" "O, dan doet 'ie heel wat anders," zegt de eigenaar, "dan maakt 'ie een dubbele salto met een halve schroef!" "Wat?" zegt de man, "voorwaarts of achterwaarts?" Zegt de eigenaar: "Dat ligt eraan hoe ik hem raak!"

Een man gaat in Tiel naar een gebedsdienst van Jomanda. Hij woont een groot deel van de dienst bij, en gaat weer naar buiten. Buiten aangekomen, hoort Jomanda de man roepen: "Ik kan weer lopen, ik kan weer lopen." Jomanda holt naar buiten en vraagt: "Heeft mijn gebed zo snel geholpen?" "Nee," zegt de man, "mijn fiets is gejat."

Er is een man met een Bijbelwinkel, en die zoekt iemand om Bijbels huis aan huis te verkopen. Dus hij plakt een bord op de etalageruit: gezocht: huis aan huis bijbelverkoper. Komt er een man binnen, en die zegt: "Ikkkkk zou graag bbbbijbels verkkkkopen." Zegt de winkelier: "Maar meneer, met uw spraakgebrek, zou u dat nu wel doen?" "Ikkkkk zou ttttoch graag een kkkkans kkkkkrijgen." "Nou ja," zegt de winkelier, "ik wil iedereen een kans geven, dus dan geef ik u ook een kans. Komt u maandag maar terug om negen uur." De stotteraar komt terug op maandagochtend, en krijgt een flinke partij Bijbels mee. Om twaalf uur komt hij terug: alle Bijbels verkocht. Hij vraagt om een nieuw pakket. Om vier uur komt hij weer terug: weer alle Bijbels verkocht. En weer vraagt hij om een nieuw pakket. "Dat is best," zegt de winkelier, "maar nu wil ik eerst eens horen hoe je het 'm lapt. Je hebt zo'n formidabele hoeveelheid Bijbels verkocht!" Zegt de man: "Gggggewoon. Ikkkkk bbbbbel aan. Er ddddoet iemand open. En dddddan vraag ik: `Wwwwwilt u een Bbbbbijbel kkkkkopen? Of mmmmmoet ik 'm voorlezen?'"

Er komt een neger bij een ijzerhandel en zegt: "Ik moet een goede zaag hebben, want ik moet bomen zagen." De verkoper zegt: "Ik heb hier een grote kettingzaag. Daar zaag je per dag gemakkelijk 100 bomen mee om." De neger koopt de kettingzaag en vertrekt. Na twee dagen komt hij terug en zegt: "Ik heb echt mijn best gedaan, maar ik zaag niet meer dan 50 bomen per dag om." De verkoper zegt: "Tja, dan moet je wat harder werken. Als je om acht uur 's ochtends begint en je werkt door tot vijf uur 's middags, dan zaag je met gemak 100 bomen om." Twee dagen later staat de neger weer in de winkel: "Ik heb gewerkt van zeven uur 's ochtends tot zeven uur 's avonds en ik heb maar 75 bomen om kunnen zagen." "Weet je wat," zegt de verkoper, "dan ga ik morgen eens met je mee om te laten zien hoe het moet." De volgende dag staan de verkoper en de neger in het bos. De verkoper pakt de kettingzaag, zet 'm aan en geeft gas: "Heing, broem, broem, broem..." "He," zegt de neger, "wat een gek geluid!"

Moos en Saar zitten samen in de Bijenkorf koffie te drinken. Naast Moos zit een boom van een kerel. Op een gegeven moment staat die kerel op. Hij pakt Moos beet en gooit hem met een grote zwaai op de grond. "Wat was dat?" vraagt Moos. "Dat was judo," zegt de kerel, "da's Japans." "Wil je dat niet meer doen?" vraagt Moos. Moos gaat weer zitten. Even later staat die grote kerel weer op en neemt Moos in een ijzeren houdgreep. "Wat is dat nou weer?" vraagt Moos. "Dat is ju jitsu," zegt de kerel, "da's Japans." "Wil je daar mee ophouden?" zegt Moos. En Moos gaat weer naast Saar zitten. Even later krijgt Moos een stevige dreun op zijn oog van die kerel. "Wat moet dat nou weer voorstellen?" roept Moos. "Dat is karate," zegt de kerel, "da's Japans." "Ophouden nou," roept Moos. Vijf minuten later vliegt die kerel door de zaak. Dwars over tafeltjes en door wanden heen. Overal krijgt hij klappen. Versuft ligt die kerel zwaargewond op de grond en vraagt: "Wat was dat?" Zegt Moos: "Dat was een krik uit een Toyota. Da's ook Japans!"

"Moet u luisteren", zegt een Surinamer, "als ik mijn arm uitsteek, kan mijn vrouw er onderdoor. Niet omdat zij zo klein is, maar omdat ik zo groot ben. Moet u luisteren: als ik mijn handen dicht bij elkaar hou, past het middel van mijn vrouw er gemakkelijk tussen. Niet omdat zij zo slank is, maar omdat ik van die grote handen heb. Moet u luisteren: als ik 's morgens naar mijn werk ga en ik geef mijn vrouw een klap op haar kont, dan trilt 'ie nog als ik weer thuis kom. Niet omdat ze zo'n dikke kont heeft, maar omdat ik zo kort werk."

Een man en een vrouw staan te wachten bij een bushalte. Op een gegeven moment zegt de man tegen de vrouw: "Weet u dat ik paranormaal begaafd ben? Ik weet zeker: als de bus er straks aan komt, raakt 'ie in de bocht in de slip en ramt 'ie zo het bushuisje. Ik ga aan de overkant staan wachten." En de man loopt naar de overkant. De vrouw begint te twijfelen of de man misschien gelijk heeft. Voor de zekerheid gaat zij ook aan de overkant staan wachten. Even later komt de bus eraan. En ja hoor, als de bus de bocht door komt, raakt 'ie in de slip en ramt 'ie het bushuisje. De vrouw roept uit: "Meneer, dat was een geweldige voorspelling! Dat was formidabel! Dat wil ik ook leren!" "Dat kan wel," zegt de man, "maar dan moet u met mij mee naar huis." En de vrouw gaat met hem mee. Bij de man thuis gekomen, zegt hij tegen haar: "Nu moet je je bloes uittrekken." De vrouw trekt haar bloes uit. "Nu moet je je rok uittrekken." De vrouw doet haar rok uit. "Nu moet je je slipje uitdoen." Zegt de vrouw: "Dan ga je me zeker neuken?" Zegt de man: "Zie je? Je begint het al aardig te leren."

Een Nederlander, een Duitser en een Belg zitten in de gevangenis. Ze besluiten met z'n drieen te ontsnappen. Op een donkere nacht kruipen ze naar het hek en de Nederlander knipt een gat in het hekwerk. Als eerste kruipt de Nederlander naar buiten, maar hij maakt daarbij wel een beetje lawaai. De bewaker hoort iets, maar ziet niets in het donker en roept: "Wat is dat?" De Nederlander roept: "Woef woef." Een hond, denkt de bewaker, en besteedt er geen aandacht aan. Dan kruipt de Duitser door het hek. Ook hij maakt lawaai. Weer roept de bewaker in het duister: "Wat is dat?" "Woef woef," roept de Duitser. Weer een hond, denkt de bewaker. Dan kruipt de Belg door het hek. Ook hij maakt lawaai. "Wat is dat?" roept de bewaker. Roept de Belg: "Nog een hond!"

Er was een man met een minderwaardigheidscomplex: hij was van onderen net een baby. Op een gegeven moment ziet hij een advertentie in de krant: Anja, voor al uw sexproblemen. De man besluit te bellen. Als hij Anja aan de lijn krijgt, legt hij zijn probleem uit: "Ik ben van onderen net en baby." "Ik heb al zoveel meegemaakt," zegt Anja, "je hoeft je echt nergens voor te schamen." En dus maken ze een afspraak. De man gaat naar Anja en belt aan. Een meisje doet open. "Dag mevrouw. Bent u Anja?" vraagt de man. "Dat klopt," zegt het meisje. "Ik zie er toch maar van af. Echt, ik ben van onderen net een baby." "Dat geeft toch niets," zegt Anja, "ik ben echt een hoop gewend. Kom nou maar gerust binnen." Als de man binnen is, zegt Anja: "Kleed je maar uit." Als hij naakt voor haar staat, zegt Anja verschrikt: "Jeetje, wat is dat nou?" Zegt de man: "Ik heb het toch gezegd? Ik ben van onderen net een baby: 49 centimeter en 7 pond!"

Een boer moet een keer naar Amsterdam. Hij belandt op de Wallen en gaat daar eens flink tekeer. Twee weken later stopt er een Caddilac bij zijn boerderij, er stapt een louche figuur in een bontjas uit en belt aan. De boer doet open. "Wat is er?" vraagt de boer. "Jij bent twee weken geleden op de Wallen geweest, hee?" zegt de man. "Niet zo hard," zegt de boer, "mijn vrouw staat in de keuken." "We hebben toen wat fotootjes van je gemaakt," gaat de man verder, en laat wat foto's zien: "Dat gaat je verschrikkelijk veel geld kosten." De boer kijkt naar de foto's en zegt: "Ja, daar wil ik er 1 van, o, en die ook, en daarvan een vergroting..."

In de Antwerpse Zoo zitten twee gorilla's in een hok: een mannetje en een vrouwtje. Maar dat mannetje kijkt niet om naar dat vrouwtje. Sjefke, de oppasser, kan goed opschieten met het vrouwtje. Op een dag wordt Sjefke bij de direkteur geroepen. "Sjefke," zegt de direkteur, "het begint tijd te worden dat we een klein gorillaatje krijgen, maar dat mannetje is duidelijk niet geinteresseerd. Nou kan jij goed met dat vrouwtje opschieten. Kan jij niet een beetje scharrelen met haar, misschien een klein wipje maken? Dan krijgt dat mannetje wellicht ook zin. Als je het wil doen: 10.000 Frank." "Alee," zegt Sjefke, "daar wil ik efkes over nadenken. Ik zal u morgen het antwoord geven." De volgende morgen komt Sjefke bij de direkteur en zegt: "Ik doe het, maar onder drie voorwaarden. Ten eerste: mijn vrouw Marie mag het niet weten." "Vanzelf," zegt de direkteur. "Ten tweede: de boel wordt daarna meteen helemaal gekuist." "Akkoord," zegt de direkteur. "En ten derde: die 10.000 Frank, mag ik die in drie termijnen betalen?"

Er komt een man een bar binnen. Hij gaat zitten en zegt tegen de barman: "Geef mij een whisky, neem zelf een whisky, en geef die mensen ook een whisky." Even later bestelt hij weer: "Geef mij een whisky, neem zelf een whisky, en geef die mensen ook een whisky." De barman doet het, maar zegt: "Ik wil niet onbeleefd zijn, maar ik ken u niet. Vindt u het erg om tussendoor even af te rekenen, want al die whisky's, dat loopt wel in de papieren." "Dat komt slecht uit," zegt de man, "want ik heb helemaal geen geld bij me." "Dat dacht ik al," zegt de barman, "kom jij maar eens eventjes mee naar buiten." Buiten slaat de barman de man twee blauwe ogen. Dan komt de man weer binnen en bestelt: "Geef mij een whisky en geef die mensen ook een whisky. Maar jij krijgt niet meer, want jij wordt agressief."

Jantje heeft geen armpjes en geen beentjes. Wordt er door een vriendje van school aangebeld, en Jantjes moeder doet open. "Dag mevrouw," zegt het vriendje, "komt Jantje buiten voetballen?" "Maar knul," zegt Jantjes moeder, "je weet toch wel dat Jantje geen armpjes en beentjes heeft. Hij kan helemaal niet voetballen." "Weet ik," zegt het vriendje, "maar hij rolt zo lekker."

Een vrouw komt bij de tandarts. Zij gaat op de stoel liggen, de stoel zakt achterover. De tandarts knipt de lamp aan, brengt zijn spiegeltje en haakje bij haar mond. De vrouw laat haar arm van de leuning glijden en grijpt de tandarts in zijn kruis. "Wat doet u?" vraagt de tandarts. Zegt die vrouw: "We gaan mekaar toch geen pijn doen, he tandarts?" Er komt een vrouw bij de dokter. Ze zegt: "Ik heb nu twaalf kinderen; ik vind het meer dan welletjes. Mijn man weet nog steeds van geen ophouden. Maar hoe voorkom ik nu dat ik weer zwanger raak?" Zegt de dokter: "Heel eenvoudig, u doet gewoon tien diepe kniebuigingen." "Zo simpel?" zegt de vrouw; "en is dat voor of na het vrijen?" Zegt de dokter: "In plaats van."

Het is de Eerste Wereldoorlog. Er wordt een loopgraven-oorlog uitgevochten tussen de Belgen en de Duitsers. De Belgische commandant roept zijn manschappen bij elkaar en zegt: "Vanmiddag komt er vanachter de linies een duif aanvliegen met vitale informatie. En die duif kan praten. Nu kan het zijn dat de duif gewoon in onze loopgraaf landt. Maar als we pech hebben, landt 'ie tussen de linies. In dat geval heb ik een vrijwilliger nodig, die de duif gaat halen." Sjefke steekt zijn hand op en zegt: "Ik, commandant, dat zal ik wel doen." Die middag komt de duif aanvliegen en landt tussen de linies. Sjefke tijgert naar de duif toe. Hij pakt de duif en houdt hem tegen zijn oor. Dan zet hij de duif weer neer en tijgert terug. De Duitsers openen het vuur. De duif wordt doodgeschoten, Sjefke wordt getroffen in zijn been en in zijn rug. Maar het lukt hem om terug in de loopgraaf te tijgeren. "En, Sjefke?" zegt de commandant: "Wat zei de duif." Sjefke wenkt de commandant dat hij dichterbij moet komen. De commandant houdt zijn oor bij Sjefkes mond. Dan zegt Sjefke: "Roekoe roekoe roekoe..."

Een Nederlandse missionaris maakt in Donker Afrika een wandelingetje met het stamhoofd. En de missionaris wil hem een beetje Nederlands leren. Ze lopen langs een bloem, de missionaris wijst ernaar en zegt: "Bloem." Het stamhoofd zegt 't hem na: "Bloem." "Heel goed," zegt de missionaris. Dan lopen ze langs een boom. "Boom," zegt de missionaris. "Boom." "Heel goed." Even verder lopen zo over mooi groen gras. "Gras," zegt de missionaris. "Gras," zegt het stamhoofd. "Heel goed." Dan komen ze bij wat struikjes en daar liggen een man en een vrouw te wippen. Het stamhoofd kijkt de missionaris vragend aan. De missionaris weet niet wat hij daar van moet maken. Hij denkt: ze hebben hier toch geen fietsen... Dat maak ik er wel van. Hij zegt: "Man op fiets." Het stamhoofd pakt zijn pijl en boog en schiet zo die man dood. "Wat doe je nou?" vraagt de missionaris. Zegt het stamhoofd: "Is mĦjn fiets."

Ik deed laatst vakantiewerk met twee vrienden van me: ramen inzetten in een wolkenkrabber. We hangen op de 28e etage in zo'n bakkie, lazert me collega ineens naar beneden. "Da's niet zo mooi," zegt mijn vriend, "hij was getrouwd en al. Wie gaat het aan zijn vrouw vertellen. Ik durf dat niet." "Nou," zeg ik met mijn grote mond, "dan ga ik wel." Even later kom ik terug met een kratje pils. "Wat is dat nou?" zegt mijn vriend: "Kom je nou aanzetten met een kratje pils? Je moest die vrouw het slechte nieuws gaan vertellen!" "Dat heb ik ook gedaan," zeg ik. "Wat is er dan gebeurd?" vraagt mijn vriend. "Nou," zeg ik, "ik bel dus aan bij dat huis. Zijn vrouw schuift een raam open en vraagt wat er is. Ik zeg: `Bent u de weduwe Jansen?' Zij zegt: `Ik heet wel Jansen, maar ik ben geen weduwe.' Zeg ik: `Zullen we wedden om een kratje bier?'"

Een vrouw wordt wakker en merkt dat haar man niet meer in bed ligt. Ze staat op en gaat naar beneden waar ze haar man in de keuken vindt. Hij zit daar als bevroren naar de muur te staren met tranen in zijn ogen. Ze vraag wat er scheelt en na enige tijd antwoordt hij: "Weet je nog, toen je vader ons betrapte in de wagen met elkaar?" "Ja" zegt ze onbegrijpend. "Weet je nog dat hij de loop van zijn jachtgeweer in mijn mond stak en zei: "Of je trouwt met haar of je gaat twintig jaar de bak in!" " Ja, dat weet ik nog" zegt ze, ontroerd door zijn romantische herinneringen. "Wel", zegt hij, "vandaag was ik weer vrij geweest."